Storingen

Aardlekschakelaar valt uit: wat kun je veilig doen?

Een aardlekschakelaar die uitvalt, doet waarvoor hij bedoeld is: hij schakelt de stroom af omdat er ergens stroom weglekt. Dat kan via een defect apparaat zijn, via vocht in een buitenlamp of via een fout in de vaste installatie. Aan de kast zelf zie je niet waar de oorzaak zit. Hier lees je wat een aardlekschakelaar meet, wat je veilig zelf kunt nagaan en wanneer je stopt en een elektricien inschakelt.

Wat een aardlekschakelaar meet

Stroom gaat via de fase naar een apparaat en via de nul weer terug. Normaal is wat heengaat gelijk aan wat terugkomt. De aardlekschakelaar vergelijkt die twee. Is er een verschil, dan lekt er stroom weg via een andere weg, bijvoorbeeld via de aarde, via water of via een persoon.

In woningen worden aardlekschakelaars van 30 mA gebruikt. Bij een lekstroom van die orde schakelt de aardlekschakelaar binnen een fractie van een seconde af. Dat is snel genoeg om ernstig letsel bij aanraking van een spanningvoerend deel te helpen voorkomen. In de praktijk schakelt hij vaak al af bij een lekstroom die lager ligt dan 30 mA.

Een aardlekschakelaar is dus in de eerste plaats een beveiliging voor mensen. Een uitval negeren, of blijven inschakelen tot hij blijft zitten, gaat voorbij aan de reden dat hij er zit.

Aardlekschakelaar of automaat: wat is er uitgevallen

In de groepenkast zitten twee soorten beveiligingen die kunnen uitvallen. Een installatieautomaat beschermt één groep tegen overbelasting en kortsluiting. Een aardlekschakelaar bewaakt meerdere groepen tegelijk op lekstroom. Je herkent de aardlekschakelaar meestal aan een testknop, vaak gemarkeerd met een T.

Valt een automaat uit, dan is één groep stroomloos, bijvoorbeeld alleen de keuken of alleen de verlichting boven. Valt een aardlekschakelaar uit, dan zijn alle groepen erachter tegelijk uit. Noteer welke schakelaar naar beneden staat. Voor een elektricien is dat de eerste aanwijzing in welke richting de oorzaak ligt.

Soms vallen een automaat en een aardlekschakelaar tegelijk uit, bijvoorbeeld bij sluiting naar aarde in een apparaat. Ook dat is nuttig om te noteren.

Veelvoorkomende oorzaken

Apparaten met een verwarmingselement staan bovenaan: wasmachines, vaatwassers, ovens, waterkokers en boilers. Een element dat van binnen is aangetast door kalk of slijtage, kan lekstroom gaan doorlaten. Vaak gebeurt dat precies op het moment dat het apparaat begint te verwarmen, dus een paar minuten na het starten van het programma.

Vocht is de tweede grote oorzaak. Een buitenlamp, tuincontactdoos, vijverpomp of een vriezer in een vochtige schuur kan na een regenbui of in een koude, natte periode lekstroom geven. Valt de stroom steeds na regen of vroeg in de ochtend uit, dan is dat een sterke aanwijzing.

Er zijn ook minder voor de hand liggende oorzaken. Veel elektronische apparaten hebben elk een kleine, normale lekstroom. Zitten er veel van die apparaten achter één aardlekschakelaar, dan kunnen die kleine stromen samen dicht bij de afschakelgrens komen. Daarnaast kan de oorzaak in de vaste installatie zitten, bijvoorbeeld een leiding die bij boorwerk is geraakt of een losse verbinding in een inbouwdoos. Een aardlekschakelaar die zelf defect is, komt ook voor, maar minder vaak dan mensen denken.

Eerst kijken, dan pas iets aanzetten

Voordat je iets inschakelt, kijk je rond. Ruik je brandlucht of zie je rook, vonken, verkleuring of vocht bij de groepenkast, een contactdoos of een apparaat, dan zet je niets meer aan. Bij rook of vuur houd je afstand en bel je 112.

Kijk ook of de buren stroom hebben. Is in de hele straat de stroom weg en staat er in je eigen kast niets naar beneden, dan ligt de storing waarschijnlijk bij het net. Kijk dan op de storingspagina van de netbeheerder, in deze regio meestal Liander. Aan een storing in het net kan een elektricien niets doen.

Noteer wanneer de uitval begon: na regen, na het schoonmaken, tijdens het draaien van de wasmachine, tijdens het laden van de auto of midden in de nacht. Tijdstip, betrokken ruimtes en apparaten die aanstonden zijn voor een vakman vaak nuttiger dan een eigen gok naar de oorzaak.

Zo spoor je veilig het apparaat of de groep op

Zijn er geen gevaarsignalen, dan kun je één keer proberen te achterhalen of een apparaat de oorzaak is. Trek eerst de stekkers van apparaten op de uitgevallen groepen uit het stopcontact, vooral van apparaten met een verwarmingselement en van alles wat buiten of in de schuur staat. Schakel daarna de aardlekschakelaar weer in. Doe dit met droge handen en zonder afdekplaten te verwijderen.

Blijft hij nu aan, steek de stekkers dan één voor één terug, met steeds wat tijd ertussen, en zet het apparaat aan. Valt de aardlekschakelaar uit zodra een bepaald apparaat aangaat, dan heb je de waarschijnlijke boosdoener gevonden. Laat dat apparaat uit het stopcontact en laat het nakijken of vervangen.

Valt de aardlekschakelaar direct weer uit, ook als alle stekkers eruit zijn, dan zit de oorzaak waarschijnlijk in de vaste installatie of in een vast aangesloten apparaat, zoals een kookplaat, boiler of buitenlamp. Je kunt dan de automaten achter die aardlekschakelaar uitzetten, de aardlekschakelaar inschakelen en de automaten één voor één weer aanzetten. Noteer bij welke groep het misgaat, laat die groep uit en schakel een elektricien in. Verder zoeken doe je niet.

Wanneer je stopt met proberen

Stop als de aardlekschakelaar meteen weer uitvalt, niet in te schakelen is of zonder duidelijke aanleiding steeds opnieuw afschakelt. Stop ook bij vocht, verkleurde aansluitingen, beschadigde snoeren of warmte, of als de uitval te maken lijkt te hebben met iets buiten, zoals tuinverlichting of een laadpaal.

Open geen groepenkast, wandcontactdoos, Perilex-aansluiting of laadpaal. Meet niet zelf en zet nooit een beveiliging buiten werking om de stroom toch aan te houden. Laat de groep die de uitval veroorzaakt uit en gebruik de rest van de installatie gewoon, zolang er geen gevaarsignalen zijn.

Misverstanden over een uitvallende aardlekschakelaar

Een veelgehoorde gedachte is dat de aardlekschakelaar kapot is omdat hij steeds uitvalt. Dat kan, maar meestal doet hij juist zijn werk en zit de oorzaak ergens anders. Een nieuwe aardlekschakelaar plaatsen zonder de oorzaak te zoeken, lost het probleem zelden op.

Een ander misverstand: hij blijft nu aan, dus het is opgelost. Een apparaat met een aangetast element kan het ene moment wel en het andere moment geen lekstroom geven, afhankelijk van temperatuur en vocht. Komt de uitval na een paar dagen terug, dan is de oorzaak er nog.

Soms wordt gedacht dat een minder gevoelige aardlekschakelaar de oplossing is. Voor de groepen in een woning is 30 mA de gangbare waarde, juist om mensen te beschermen tegen een elektrische schok. Een minder gevoelige beveiliging plaatsen om uitval te voorkomen, haalt die bescherming weg.

Test je aardlekschakelaar af en toe

Met de testknop op de aardlekschakelaar controleer je of het mechanisme nog werkt. Druk je erop, dan moet hij direct uitvallen. Daarna zet je hem weer aan. Fabrikanten adviseren dit regelmatig te doen, bijvoorbeeld een paar keer per jaar. Een aardlekschakelaar die jarenlang niet heeft geschakeld, kan gaan haperen.

Zet voor de test apparaten die niet zomaar uit mogen, zoals een computer, eerst uit. Valt de aardlekschakelaar niet uit als je op de testknop drukt, dan werkt de beveiliging mogelijk niet. Laat dat dan zo snel mogelijk door een elektricien controleren.

Waar je de storing meldt

Een elektricien is de juiste partij bij terugkerende uitval, uitval die je niet aan een apparaat kunt koppelen, problemen in één groep of twijfel over de oorzaak. Beschrijf wat je hebt genoteerd: welke schakelaar uitviel, wanneer, wat er aanstond en wat je al hebt geprobeerd. Vermeld of het om een woning, kantoor, winkel of bedrijfsruimte gaat. Bij een niet-acute storing gebruik je de storingsroute op /storing/.

Is de hele buurt zonder stroom, dan meld je dat bij de netbeheerder. Bij rook, brand, vonken of acuut gevaar blijf je weg en bel je 112.

Veelgestelde vragen

Kort antwoord op veelvoorkomende vragen

Kan ik de aardlekschakelaar steeds opnieuw inschakelen?

Eén keer opnieuw inschakelen na een eenmalige uitval zonder zichtbare risico’s is meestal geen probleem. Blijven inschakelen is geen oplossing en geen diagnose. Valt hij opnieuw uit, spoor dan op een veilige manier het apparaat of de groep op, of neem contact op met een elektricien.

Is een defect apparaat altijd de oorzaak?

Nee. Apparaten met een verwarmingselement zijn vaak de oorzaak, maar het kan ook gaan om vocht in buitenverlichting, een vast aangesloten apparaat of een fout in de vaste installatie.

Waarom valt de aardlekschakelaar vooral uit als het regent?

Dat wijst meestal op vocht in iets buiten: een buitenlamp, tuincontactdoos, vijverpomp of een kabel naar de schuur. Zet de groep met de buitenvoorzieningen uit als je weet welke dat is, noteer welke voorzieningen er buiten zijn en laat ze controleren.

Mijn aardlekschakelaar valt ’s nachts uit. Waar moet ik aan denken?

Denk aan apparaten die ’s nachts aanslaan: een vriezer of koelkast, een boiler, een vaatwasser met uitgestelde start of een laadpaal. Ook condens in buitenverlichting kan ’s nachts en vroeg in de ochtend meespelen. Controleer na het inschakelen of de vriezer weer stroom heeft.

Wat doe ik bij brandlucht of water bij de installatie?

Raak niets aan en onderzoek niet verder. Ga weg uit de gevarenzone. Bel bij acuut brand- of levensgevaar 112; neem anders zo snel mogelijk contact op met een elektricien.

Passende vervolgstap

Wil je je situatie bespreken?

Vertel kort wat je ziet of wilt veranderen. Dan kunnen we gericht meedenken.

Meld een elektrische storing veilig →
Meld een elektrische storing veilig →