Wat een inspectie wel en niet is
Bij een inspectie wordt de installatie bekeken en meestal ook doorgemeten. De inspecteur kijkt naar de groepenkast, de beveiligingen, zichtbare bekabeling, aansluitpunten en vaste apparatuur. Met metingen wordt gecontroleerd wat je met het oog niet ziet, zoals of de aarding in orde is en of de aardlekschakelaars op tijd afschakelen.
Een inspectie is een momentopname. Hij zegt iets over de toestand op de dag zelf en over de delen die bereikbaar waren. Wat achter afgewerkte wanden zit, wordt beoordeeld aan de hand van metingen en wat zichtbaar is bij de aansluitpunten. Een inspectie is ook geen reparatie: de bevindingen geven aan wat er hersteld of verbeterd moet worden.
Voor woningen bestaat in Nederland geen wettelijke plicht om de installatie periodiek te laten keuren. Voor bedrijven ligt dat anders: de werkgever moet zorgen dat de installatie veilig is, en NEN 3140 is daarbij de gangbare norm voor inspectie en beheer. Ook een verzekeraar kan om een inspectie vragen.
Een duidelijke aanleiding helpt
Vertel bij de aanvraag waarom je een inspectie wilt. Mogelijke aanleidingen zijn een woning die je net hebt gekocht, een oudere installatie waar je twijfels over hebt, een groep die geregeld uitvalt, een verbouwing die klaar is of een bedrijfspand waarvan het gebruik verandert. Ook nieuwe zware apparatuur, zoals een laadpaal of warmtepomp, kan een reden zijn.
De aanleiding bepaalt waar de nadruk ligt. Bij een gekochte woning gaat het om een algemeen beeld van de staat. Bij terugkerende uitval zoekt de inspecteur gerichter naar de oorzaak. Bij een bedrijfspand spelen machines, verdeelkasten en de vraag of de installatie past bij wat er nu in het pand gebeurt. Spreek vooraf af welke ruimtes en voorzieningen worden meegenomen.
Woning of bedrijfspand: verschil in aanpak
In een woning is de inspectie vaak overzichtelijk: één groepenkast, een aantal eindgroepen, wandcontactdozen en verlichting. De inspecteur kijkt ook of de installatie past bij wat je er nu mee doet. Een installatie die is aangelegd toen er nog op gas werd gekookt, kan technisch in orde zijn en toch niet passen bij een inductiekookplaat en een laadpaal.
In een bedrijfspand zijn er vaak meerdere verdeelkasten, machines met een vaste aansluiting, buitenverlichting en soms kabels in de grond naar andere gebouwen. Bij een inspectie volgens NEN 3140 worden de bevindingen vastgelegd, zodat je kunt laten zien dat de installatie wordt beheerd. Hoe vaak een bedrijfsinstallatie wordt geïnspecteerd, hangt af van het gebruik en de risico’s; de inspecteur kan daarover adviseren.
Dit kun je veilig voorbereiden
Schrijf op wat je hebt gemerkt: uitval, knipperende verlichting, een vreemde geur, een warme wandcontactdoos, zoemen of apparatuur die anders werkt dan normaal. Noteer wanneer het gebeurt en welke apparaten dan aanstaan. Zo’n lijstje is vaak waardevoller dan je eigen inschatting van de oorzaak.
Leg tekeningen, een groepenoverzicht, informatie over recente verbouwingen, handleidingen van vaste apparatuur en eerdere inspectierapporten klaar als je die hebt. Bij een gekochte woning kan de vorige eigenaar soms vertellen welke werkzaamheden er aan de installatie zijn gedaan.
Zorg dat de meterkast, de verdeelkasten en de ruimtes die bekeken worden bereikbaar zijn. Haal dozen voor de meterkast weg, maak het zolderluik vrij en zorg dat sleutels van bergingen of technische ruimtes er zijn. Maak zelf geen afschermingen los en schakel niets om aan de vaste installatie.
Hoe de afspraak doorgaans verloopt
De inspecteur begint meestal met een gesprek over de aanleiding en het gebruik. Daarna volgt een visuele controle: de groepenkast wordt geopend en bekeken, net als aansluitpunten, zichtbare kabels en vaste apparatuur. De inspecteur let op zaken als losse of verkleurde verbindingen, ontbrekende afdekkingen, beschadigde kabels en een groepenindeling die niet klopt met de labels.
Daarna volgen meestal metingen. Gangbare metingen zijn het testen van de aardlekschakelaars, het controleren van de aarding en het meten van de isolatieweerstand van de leidingen. Voor sommige metingen moet de stroom op een groep of in het hele pand even uit. Dat wordt vooraf met je afgestemd.
Houd daar rekening mee. Sla werk op de computer op, zet apparatuur die niet zomaar uit mag, zoals een server of koelcel, vooraf op een lijstje en geef aan welke ruimtes wanneer beschikbaar zijn. In een bedrijfspand wordt de inspectie soms buiten werktijd gepland, zodat het werk in het pand gewoon door kan gaan.
Wat er in het rapport staat
Afhankelijk van de afspraak krijg je een mondelinge toelichting en een rapport of overzicht van bevindingen. Daarin staat wat er is bekeken en gemeten, wat in orde is en welke punten aandacht nodig hebben. Vaak worden bevindingen ingedeeld naar urgentie: wat direct moet worden hersteld, wat op korte termijn en wat een advies is voor later.
Vraag bij technische termen om uitleg in gewone taal. Een opmerking als "isolatieweerstand te laag op groep 4" zegt je misschien niets, terwijl de betekenis eenvoudig is: ergens op die groep lekt stroom weg waar dat niet hoort, bijvoorbeeld door vocht of een beschadigde leiding.
Vraag ook welke delen niet zijn bekeken en waarom. Een kruipruimte die niet toegankelijk was of een ruimte zonder sleutel hoort in het rapport te staan als niet beoordeeld.
Na de inspectie: herstellen en plannen
Begin bij de punten die direct gevaar opleveren. Die laat je zo snel mogelijk herstellen, en tot dan gebruik je de betrokken groep of het apparaat niet. Punten met minder urgentie kun je combineren met ander werk, zoals een geplande verbouwing of de aanleg van een laadpaal.
Vraag na het herstel of de punten opnieuw zijn gecontroleerd en bewaar dat bij het rapport. Bij een bedrijfspand hoort dat bij het beheer volgens NEN 3140. Bij een woning is het vooral handig voor jezelf, en voor een volgende eigenaar.
Bij gevaar wacht je niet op de afspraak
Rook, vonken, brandlucht, zichtbare schade of ongewone hitte bij de installatie zijn geen dingen die tot de inspectie kunnen wachten. Raak het onderdeel niet aan en onderzoek niet zelf verder. Neem afstand en bel bij acuut gevaar 112.
Is er geen direct gevaar maar wel een storing, meld die dan via de storingsroute op /storing/. Beschrijf wat je hebt gezien en wanneer. De inspectie kan daarna alsnog doorgaan, eventueel met extra aandacht voor het probleem.
Veelgestelde vragen
Kort antwoord op veelvoorkomende vragen
Moet ik vóór de inspectie zelf de groepenkast controleren?
Nee. Noteer wat je van buitenaf hebt gemerkt en zorg dat de kast bereikbaar is. Openen, meten en beoordelen doet de inspecteur.
Gaat de stroom uit tijdens een inspectie?
Voor sommige metingen moet een groep of het hele pand kort spanningsloos zijn. Hoe vaak en hoe lang hangt af van de installatie en de opdracht. De inspecteur stemt dit vooraf met je af, zodat je apparatuur kunt afsluiten en werk kunt opslaan.
Is een inspectie verplicht voor mijn woning?
Voor woningen bestaat geen wettelijke plicht tot periodieke keuring. Een inspectie is wel zinvol bij aankoop van een oudere woning, na een verbouwing, bij terugkerende storingen of voordat je zware apparatuur toevoegt.
Hoe vaak moet een bedrijfsinstallatie worden geïnspecteerd?
Dat hangt af van het soort bedrijf, het gebruik van de ruimte en de risico’s. NEN 3140 geeft het kader, en ook je verzekeraar kan eisen stellen. De inspecteur kan adviseren over een passende termijn.
Wat als een storing of brandlucht vóór de afspraak terugkomt?
Raak niets aan en onderzoek niet zelf. Bij direct gevaar bel je 112. In andere gevallen meld je de storing, zodat het vervolg veilig kan worden afgestemd.
Passende vervolgstap
Wil je je situatie bespreken?
Vertel kort wat je ziet of wilt veranderen. Dan kunnen we gericht meedenken.
Bespreek een elektrische inspectie